Zoektocht naar gerechtigheid

Nadat in 2005 duidelijk werd dat de Russische Federatie Yukos wilde onteigenen, startte GML op grond van het Energiehandvestverdrag een onafhankelijke arbitrageprocedure.

Het Energiehandvestverdrag, dat in 1994 door Rusland werd ondertekend, beschermt investeerders door eerlijke behandeling, non-discriminatie en een behoorlijk proces te garanderen. Het voorziet expliciet in de mogelijkheid van internationale arbitrage. De arbitrage van GML werd gevoerd onder auspices van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag.

De arbitrageprocedure werd van 2005 tot 2014 gevoerd voor een tribunaal van drie gerenommeerde arbiters: een benoemd namens de Russische Federatie, een namens GML en een namens het Permanente Hof van Arbitrage dat de procedure overzag.

De arbiters beoordeelden meer dan 4.000 pagina's aan bewijs. Ze hielden meer dan tien zittingsdagen over de bevoegdheid van het tribunaal en de ontvankelijkheid van de vorderingen en 23 zittingsdagen over de inhoud van het geschil. Ook hoorden ze meer dan 20 getuigen. Hoewel de Russische Federatie volledig aan het tien jaar durende proces deelnam, bracht het niet één feitelijke getuige naar voren – alle adviezen van het tribunaal over het nut daarvan ten spijt.

In het eindvonnis van juli 2014 concludeerde het tribunaal als volgt:

• "Russische rechtbanken bogen naar de wil van de Russische uitvoerende macht en verklaarden Yukos failliet, wezen diens eigendommen toe aan een staatsbedrijf en sloten een man op die blijk gaf van tekenen dat hij zich zou ontplooien tot een politieke concurrent." • […] de staatscampagne gebaseerd op "intimidatie en lastigvallen ontwrichtte niet alleen de activiteiten van Yukos, maar droeg ook bij aan de ondergang van het bedrijf." • "Het hoofddoel van de Russische Federatie was niet het innen van belastingen, maar het laten failliet verklaren van Yukos en het zich toe-eigenen van diens waardevolle eigendommen." • Het kon niet van de eigenaren "verwacht worden dat zij konden voorzien dat ze de afbraak van hun investeringen en de vernietiging van Yukos riskeerden."

Het Permanente Hof van Arbitrage is gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag

Het Permanente Hof van Arbitrage is gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag

In zijn eindvonnis oordeelde het tribunaal dat Yukos op onrechtmatige wijze was onteigend, als onderdeel van een opzettelijke, politieke strategie. Het kende een vergoeding van meer dan $ 50 miljard toe aan de dochterondernemingen van GML – Yukos Universal Limited en Hulley Enterprises Limited – en aan Veteran Petroleum Limited, een pensioenfonds voor de voormalige werknemers van Yukos.

De Russische Federatie weigerde de toegekende schadevergoeding te betalen en startte in plaats daarvan een rechtszaak in Nederland, het land waar de arbitrage gevoerd was, om het vonnis te laten vernietigen.

Omdat de Russische Federatie weigerde de schadevergoeding te betalen, startte GML tenuitvoerleggingsprocedures in België, Frankrijk, Duitsland, India, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Direct daarna waarschuwde de Russische Federatie de regeringen van België, Frankrijk en de Verenigde Staten dat elke beslissing van hun rechtbanken om het arbitrale vonnis te erkennen of ten uitvoer te leggen tot zware maatregelen zou leiden. België en Frankrijk namen vervolgens onmiddellijk zogenaamde 'Yukoswetten' aan die het moeilijker maken om beslag te leggen op activa van vreemde staten.

In april 2016 bestreed de rechtbank in Den Haag niet de inhoud van het arbitrale vonnis, maar vernietigde het het arbitrale vonnis wel omdat het tribunaal niet bevoegd zou zijn geweest. Geen enkele onafhankelijke juridische deskundige heeft deze uitspraak steun gegeven en GML heeft er alle vertrouwen in dat die zal worden herzien. Op 13 maart 2017 dienden de voormalige meerderheidsaandeelhouders van Yukos beroep in bij het gerechtshof in Den Haag. U kunt onze samenvatting daarvan hier lezen.

Schrijf je hier in voor nieuwsupdates